Leven in een nieuwe wereld

Gepubliceerd op 7 maart 2026 om 10:26

Leven in een angstcultuur – wat doet een wiggeheks?

 

Maart 2026

We leven in een angstcultuur.

Of in betuttelland, hoe je het noemen wilt.

Ik geef toe: er zijn grote dingen in de wereld die beangstigend zijn.

Oorlogen. Klimaat. Dingen waar je 's nachts wakker van ligt. Dat is reëel. Dat mag er zijn.

Maar dicht om ons heen? Daar vliegen de codes geel je om de oren.

Kinderen mogen niet meer in de modder spelen, want vies, want gevaarlijk, want stel je voor.

Je voedsel is gevaarlijk, zeggen ze – tenzij het in plastic zit, weken houdbaar, vol met dingen die je niet uitspreken kunt.

De wereld wordt steeds smaller, steeds angstiger, steeds voller met regels die moeten beschermen maar eigenlijk verlammen.

 

Wat doet een wiggeheks daarmee?

Ze weigert angst te dragen die niet van haar is.

Angst is als een zware jas die iemand je wil aantrekken.

"Voor je eigen veiligheid." "Voor de kinderen." "Voor later."

Maar de jas knelt. Je kan er niet in bewegen. Je handen worden koud, terwijl je zou moeten spinnen.

Een wiggeheks voelt: deze jas is niet van mij. Ik trek hem uit.

Ze weet: bescherming is niet hetzelfde als betutteling.

Bescherming is: een dak boven je hoofd, een warme deken, een grens waarachter je veilig bent.

Betutteling is: zeggen dat je niet in de modder mag omdat je vies wordt.

Kinderen moeten in de modder spelen.

Letterlijk.

Modder zit vol bacteriën die het immuunsysteem trainen. Die weerstand opbouwen. Die leren dat niet alles gevaarlijk is.

Een kind dat nooit vies wordt, wordt later bang van de wereld.

Een wiggeheks weet dat.

Ze stuurt kinderen de hei op. Ze laat ze vallen, opstaan, vies worden, leven.

Ze wantrouwt de code geel. Niet omdat waarschuwen nooit nodig is.

Maar omdat te veel waarschuwen doof maakt.

Als alles geel is, weet je niet meer wat echt gevaarlijk is.

Het gemiddelde wordt het alarm. En het echte alarm hoor je niet meer.

Een wiggeheks kijkt zelf.

Ze voelt de wind. Ziet de lucht. Weet wanneer ze naar binnen moet.

Ze heeft geen app nodig om te weten dat het gaat regenen.

Ze eet het voedsel dat "gevaarlijk" is genoemd.

Een appel uit eigen land? Gevaarlijk, vinden ze – want er zit een stipje op.

Een ei van een kip die buiten loopt? Gevaarlijk, vinden ze – want salmonella zou kunnen.

Een wortel met aarde eraan? Gevaarlijk, vinden ze – want niet hygiënisch.

Maar ondertussen zit het gif in de plastic verpakking.

In de E-nummers.

In het brood dat weken goed blijft.

In de onzichtbare dingen die we niet meer proeven, maar die ons langzaam ziek maken.

Een wiggeheks weet: écht gevaar zit niet in een beetje modder.

Écht gevaar zit in vervreemding van wat echt is.

Dus ze plukt. Ze eet. Ze vertrouwt haar lijf.

Ze maakt wat ze nodig heeft.

In een angstcultuur koop je oplossingen.

Een pil tegen elk pijntje. Een verzekering tegen elk risico. Een app tegen elke onzekerheid.

Een wiggeheks maakt.

Ze breit een sjaal tegen de kou. Ze droogt kruiden tegen de griep. Ze spint een draad en weeft er een gedachte in: ik kan het zelf. Niet alleen, maar wel zelf.

Maken is het tegengif tegen angst.

Want wie maakt, is niet passief.

Wie maakt, gelooft dat er een morgen is.

En een wiggeheks deelt.

Niet vanuit angst. Vanuit overvloed.

"Hier, deze thee helpt tegen hoesten."

"Kom, ik laat je zien hoe je een sok breit."

"Ja, je mag in de modder. Kijk, zo maak je moddertaart."

Delen maakt de wereld kleiner op een goede manier. Niet kleiner in angst. Kleiner in afstand.

Dichterbij. Warmer.

 

Dus wat doet een wiggeheks met de angstcultuur?

Ze leeft er dwars doorheen.

Niet door te schreeuwen.

Niet door te negeren.

Niet door boos te worden op de mensen die de codes versturen.

Maar door gewoon te doen wat ze altijd deed:

spinnen, plukken, maken, delen.

Door in de modder te staan met blote voeten.

Door te vertrouwen op wat ze weet.

Door de code geel te zien, te knikken, en toch naar buiten te gaan.

Niet uit domheid.

Uit wijsheid.

Uit weten: angst is ook maar een verhaal.

En ik weef mijn eigen draad.